getekende maskers

Met de functie voor getekend masker kunt u een masker maken door vormen rechtstreeks op het afbeeldingsdoek te tekenen. Vormen kunnen alleen of in combinatie worden gebruikt. Zodra een vorm op een afbeelding is getekend, kan deze worden aangepast, verwijderd of opnieuw worden gebruikt in andere modules.

Vormen worden intern opgeslagen als vectoren en worden weergegeven met de vereiste resolutie tijdens pixelpijp-verwerking. Vormen worden uitgedrukt in het coördinatensysteem van de originele afbeelding en worden samen met de rest van de afbeelding getransformeerd door actieve vervormende modules in de pijp (lens correctie, roteren en perspectief bijvoorbeeld). Dit betekent dat een vorm altijd op hetzelfde afbeeldingsgebied zal werken, ongeacht eventuele wijzigingen die daarna worden aangebracht.

De bedieningselementen die nodig zijn om getekende maskers te maken en te wijzigen, kunnen worden ingeschakeld door het pictogram “getekend masker” of “getekend en parametrisch masker” onder aan een module te selecteren. U kunt ook vormen maken en bewerken met de module masker-manager.

🔗vormen creëren

Kies een vorm door op het juiste vormpictogram te klikken (van links naar rechts: cirkel, ellips, pad, penseel, verloop).

vorm pictogram

Hiermee gaat u naar de creatiemodus voor die vorm. Als u klaar bent met het tekenen van uw vorm, komt u automatisch in de bewerkingsmodus.

Ctrl+klik op het vormpictogram om continu meerdere vormen van hetzelfde type te tekenen – elke keer dat een vorm is voltooid, gaat u opnieuw naar de aanmaakmodus voor een nieuwe instantie van die vorm. Klik in de continue aanmaakmodus met de rechtermuisknop op de afbeelding om het tekenen van vormen te stoppen en naar de bewerkingsmodus te gaan.

Voor alle getekende vormen kunt u Shift ingedrukt houden terwijl u met het muiswiel scrolt om de mate van de doezeling van de vorm (de vervaging aan de rand van de vorm) te wijzigen en Ctrl+scrol gebruiken om de dekking van de vorm te wijzigen (hoe transparant deze is). Deze bewerkingen zijn beschikbaar in zowel de creatie- als de bewerkingsmodus (zolang uw muis zich boven de betreffende vorm bevindt).

Door met jouw muis omhoog te scrollen wordt standaard de waarde van de relevante vormparameters verhoogd. Dit gedrag kan worden gewijzigd in voorkeuren > ontwikkelen > scrol naar beneden om de masker parameters te verhogen.


Opmerking: In de mode voor het creëren van vormen, zullen de voorgaande scrol bewerkingen er ook voor zorgen dat de standaard doezelaar of dekking wordt gewijzigd. De nieuwe standaardwaarden worden de volgende keer dat u een nieuwe vorm maakt, gebruikt.


🔗vormen bewerken

Klik op het pictogram ‘maskerelementen weergeven en bewerken’ show-and-edit-masks-icon om de vormbewerkingsmodus te openen. Hiermee worden alle getekende maskers weergegeven die door de huidige module worden gebruikt en kunt u die vormen bewerken. Het zal ook de bijbehorende groep uitbreiden in de masker-manager. Ctrl+klik op hetzelfde pictogram om naar de beperkte bewerkingsmodus te gaan, waar bepaalde acties (bijvoorbeeld een volledige vorm slepen of de grootte ervan wijzigen) worden geblokkeerd. Dit is met name handig om kostbare fouten te voorkomen bij het bewerken van pad- en penseelvormen.

Klik en sleep een vorm om deze over het afbeeldingsdoek te verplaatsen. Als u op een vorm klikt, wordt die vorm ook geselecteerd in de masker-manager.

🔗vormen verwijderen

Klik in de bewerkingsmodus met de rechtermuisknop op een vorm om deze te verwijderen.

🔗vormen hergebruiken

U kunt vormen hergebruiken die u in andere modules hebt getekend. Klik op de vervolgkeuzelijst met vormen (naast de knop ‘maskerelementen weergeven en bewerken’) om eerder getekende vormen afzonderlijk te kiezen of om dezelfde groep vormen te gebruiken die door een andere module wordt gebruikt. De volgende opties zijn beschikbaar voor selectie:

bestaande vorm toevoegen
Kies een individuele vorm of een groep vormen die u eerder hebt getekend (ofwel binnen de masker-manager of vanuit het getekende masker van een andere module). Als die vorm of groep ergens anders wordt gebruikt, worden alle wijzigingen die u aanbrengt overal doorgevoerd waar de vorm of groep wordt gebruikt.
gebruik dezelfde vormen als
Een lijst met vormen die in een andere module worden gebruikt, toevoegen aan het masker van de huidige module. Dit verschilt van de vorige optie doordat er een nieuwe groep vormen wordt gemaakt, waardoor vormen kunnen worden toegevoegd aan of verwijderd uit de groep, onafhankelijk van de module waaruit ze zijn gekopieerd. Alle vormen die beide groepen gemeen hebben, blijven gekoppeld.

🔗vormen combineren en beheren

De masker-manager module kan worden gebruikt om uw getekende vormen te beheren. Met deze module kunt u ook getekende maskers groeperen en combineren met behulp van instel-operatoren (aaneenvoeging, doorsnede, verschil, uitsluiten).

🔗vormvervormingen

Om een consistent coördinatensysteem te garanderen, wordt wanneer u een vorm op de afbeelding plaatst, deze daadwerkelijk op het originele RAW-bestand getekend. Deze vorm gaat vervolgens omhoog door de pixelpijp voordat hij uiteindelijk door de module wordt gebruikt en op het scherm wordt getekend. Dit betekent dat, als u vervormende modules hebt ingeschakeld (zoals lenscorrectie), getekende vormen vervormd kunnen lijken op het scherm en in het uiteindelijke beeld. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat cirkels worden weergegeven als ellipsen en gradiëntlijnen worden gebogen. Als u een nauwkeurigere vorm moet maken (om deze vervormingen te verhelpen), is het raadzaam om de eenvoudige vormen (cirkels / ellipsen) niet te gebruiken en daarvoor in de plaats de pad vorm toe te passen (die met meer punten kan worden getekend, waardoor vervormingen worden verminderd). U kunt de curve op gradiëntlijnen aanpassen om de eenvoudige vervormingen, die door lenscorrectie worden veroorzaakt, ongedaan te maken.

🔗beschikbare vormen

cirkel
Klik op het afbeeldingsdoek om de cirkel te plaatsen. Scrol terwijl u over de cirkel zweeft om de diameter te wijzigen. Scrol terwijl u over de rand van de cirkel zweeft om de breedte van de doezelaar te wijzigen (hetzelfde effect als Shift ingedrukt houden terwijl u met het muiswiel binnen de hoofdvorm scrolt).
ellips
Het algemene principe is hetzelfde als voor de cirkelvorm. Bovendien worden op de ellipslijn vier knopen weergegeven. Klik en sleep de knooppunten om de excentriciteit van de ellips aan te passen. Ctrl+klik en sleep de knooppunten of gebruik Shift+Ctrl+scroll (met het muiswiel) om de ellips te draaien. Shift+klik binnen de vorm om het geleidelijke verval te wisselen tussen lineaire en proportionele modus.
pad
Klik op het afbeeldingsdoek om drie of meer knooppunten te plaatsen en een ingesloten vorm in vrij formaat te genereren. Beëindig het pad door met de rechtermuisknop te klikken nadat u het laatste punt hebt ingesteld. Standaard zijn knooppunten verbonden met vloeiende lijnen. Als u wilt dat een knoop in plaats daarvan een scherpe hoek definieert, kunt u dit doen door deze te maken met Ctrl+klik.

In de bewerkingsmodus Ctrl+klik op een bestaand knooppunt om het te converteren van gladde naar scherpe hoeken en vice versa. Ctrl+klik op een van de lijnsegmenten om een extra knoop in te voegen. Klik met de rechtermuisknop op een knooppunt om het te verwijderen. Zorg ervoor dat de muisaanwijzer zich boven het gewenste knooppunt bevindt en dat het knooppunt is gemarkeerd, om te voorkomen dat u per ongeluk het hele pad verwijdert.

De grootte van de voltooide vorm kan worden gewijzigd door te scrollen. Hetzelfde geldt voor de breedte van de rand (het gebied met een geleidelijke afname van de dekking), die ook kan worden gewijzigd met Shift+scroll (met het muiswiel) overal in de vorm. Zowel losse knooppunten als padsegmenten kunnen worden verplaatst door ze met de muis te slepen. Als een knoop wordt geselecteerd door erop te klikken, verschijnt er nog een controlepunt waarmee u de kromming van de lijn kunt wijzigen (reset naar standaard door met de rechtermuisknop te klikken). Door een van de controlepunten op de rand te slepen, wordt de randbreedte alleen in dat deel van de vorm aangepast.

Overweeg om paden te verfijnen in de beperkte bewerkingsmodus (ingeschakeld door Ctrl+klikken op het pictogram ‘maskerelementen weergeven en bewerken’). Hierdoor kunt u afzonderlijke knooppunten en segmenten aanpassen zonder het risico te lopen dat u per ongeluk de hele vorm verschuift of de grootte ervan wijzigt.

penseel
Begin met het tekenen van een penseelstreek door met de linkermuisknop op het afbeeldingsdoek te klikken en de muis te bewegen terwijl u de knop ingedrukt houdt. De penseelstreek is voltooid zodra u de muisknop loslaat. Scroll met de muis om de vormgrootte te wijzigen en Shift+scroll om doezeling (hardheid) te wijzigen, voordat u begint met tekenen of op elk moment tijdens de bewerking. Op dezelfde manier kunt u de toetsen “{” en “}” gebruiken om hardheid te verminderen/verhogen, en de toetsen “<” en “>” om de dekking te verkleinen/vergroten.

Als u een grafisch tablet heeft met pendrukgevoeligheid, kan darktable de geregistreerde pendruk toepassen op bepaalde kenmerken van de penseelstreek. Deze bewerking kan worden geregeld in voorkeuren > ontwikkelen > pen druk uitlezing voor penseel maskers.

Bij het optillen van de tabletpen of het loslaten van de linkermuisknop wordt de penseelstreek omgezet in een aantal verbonden knopen, die de uiteindelijke vorm bepalen. Een configuratie-optie (voorkeuren > ontwikkelen > afvlakken penseelstreken) bepaalt hoeveel vloeiend maken wordt toegepast. Een hoger niveau van afvlakking leidt ertoe dat er minder knooppunten worden gemaakt - dit vereenvoudigt latere bewerkingen ten koste van een lagere nauwkeurigheid.

Knopen en segmenten van een penseelstreek kunnen afzonderlijk worden gewijzigd. Zie de documentatie over padvormen (hierboven) voor meer details. Wijzig de grootte of hardheid van een knoop door respectievelijk te scrollen en Shift+scrollen over een node.


Opmerking: Het renderen van een complexe penseelvorm kan een aanzienlijk aantal CPU-cycli vergen. Overweeg om waar mogelijk de cirkel-, ellips- of padvormen te gebruiken.


gradiënt
De gradiënt is een lineair verloop dat zich uitstrekt van een bepaald punt tot de rand van de afbeelding.

Klik op het afbeeldingsvenster om de positie van de lijn te definiëren die 50% dekking definieert. Stippellijnen geven de afstand aan waarboven de dekking 100% en 0% is. Tussen deze stippellijnen verandert de dekking lineair.

De lijn heeft twee ankerpunten die u kunt slepen om de rotatie van het verloop te wijzigen. U kunt ook de rotatiehoek instellen bij het plaatsen van de gradiënt door te klikken en te slepen om de vorm te plaatsen.

Verlooplijnen kunnen ook worden gebogen door met uw muis te scrollen terwijl u dicht bij de middenlijn zweeft. Dit kan handig zijn om de vervorming tegen te gaan die wordt veroorzaakt door de lenscorrectie module.

Depending on the module and the underlying image, using a gradient shape might provoke banding artifacts. You should consider activating the dither or posterize module to alleviate this.

🔗de polariteit van een getekend masker omkeren

Klik op de knop “+/-” om de polariteit van het gehele getekende masker om te keren. Een cirkelvormig masker zorgt er bijvoorbeeld standaard voor dat de module alleen wordt toegepast op het gebied binnen de getekende cirkel. Door de polariteit om te keren, wordt de module toegepast op de hele afbeelding, behalve die cirkel.

🔗pannen en zoomen afbeelding

Tijdens het creëren of bewerken van een vorm worden muis acties uitgevoerd op de huidige vorm. Als een deel van de afbeelding verplaatst of gezoomd moet worden, houd de ‘a’ toetst ingedrukt en sleep of scroll met de muis. Zolang deze toetst ingedrukt blijft, worden de muis acties op de gehele afbeelding uitgevoerd in plaats van op de huidige vorm.

translations